Smart Buildings zijn een nieuw fenomeen waarin ontwikkelingen razendsnel gaan. De mogelijkheden zijn oneindig en worden met de dag uitgebreid. Grote kans dat je er wel eens van hebt gehoord, maar wat houdt het ook alweer in? We spraken Wisse Stenchlak, directeur Real Estate Services & Development bij HEYDAY, over zijn visie op Smart Buildings.
“Mijn fascinatie voor service en gebouwen is ontstaan tijdens mijn studie Facility Management. Innovatie is iets wat mij altijd al heeft geïnteresseerd. Mijn blik is dan ook voortdurend gericht op ontdekken, inspireren en samen iets nieuws gaan doen. Daardoor is de interesse in Smart Building ontstaan. Je moet alert blijven op alles wat er vandaag is en morgen gaat komen. Ik ben er van overtuigd dat Smart Buildings vandaag de dag onmisbaar zijn geworden in het facilitaire werkveld. Ook in het vastgoed. Beleggers zien immers steeds meer waarde in het slimmer maken van panden ten behoeve van de beleving, efficiency en rendement.”
Een eenduidige definitie voor deze term is er niet in de ogen van Wisse. “Het is minder zwart-wit dan soms wordt gedacht. Vaak wordt er vanuit gegaan dat we spreken van een Smart Building, wanneer een gebouw is aangesloten op een dataplatform en gekoppeld is met een gebouwbeheersysteem en sensoren. Dit hoeft per definitie niet zo te zijn. In mijn ogen gaat het erom dat behoeftes van gebouwgebruikers bekend zijn en dat het gebouw daarop (realtime) wordt aangepast. Een niet tech-omgeving kan ook heel slim zijn, zolang een bedrijf haar doelstellingen hiermee behaald. Maar sensoren? Die kunnen processen wel eenvoudiger en efficiënter maken.”
“Efficiëntie: daar valt nog veel in te behalen. Er worden prachtige panden gebouwd, dat is een ding wat zeker is. Maar een belegger wil eigenlijk gewoon tegen zo min mogelijk kosten zo veel mogelijk rendement creëren. Technologie kan je daarbij helpen, maar dan moet je wel bewust zijn van de waarde die het kan opleveren. Uiteindelijk kan een Smart Building namelijk resulteren in een hogere tevredenheid onder gebouwgebruikers. Het maakt je gebouw gastvrijer. Daar worden we op alle fronten blij van.”
“In mijn ogen is het niet het één of het ander. Het kan namelijk een losstaand product zijn, een gebouw of sensoren die data vergaren. Maar het gaat niet alleen om deze factoren, ook hoe gebruikers het beleven. Ik bekijk het dan ook graag vanuit een holistisch perspectief. Alleen het meten van ‘harde data’ is niet genoeg, want uiteindelijk gaat het om een doel wat je wil bereiken ten aanzien van gebouwgebruikers. Denk bijvoorbeeld aan data-gestuurde schoonmaak. Je weet namelijk niet of mensen het ook daadwerkelijk schoner ervaren. Ook daar zal je naar moeten kijken: de combinatie tussen feitelijke en subjectieve data.”
“Ik vind het interessant om nieuwe technologieën als Voice Control, Facial Recognition en Cognitieve technologie te zien ontwikkelen. Wat dat kan doen met gebouwen en de beleving daarvan. Denk bijvoorbeeld aan het meten van emoties via gezichtsuitdrukkingen en stemmen. Uiteindelijk draait Smart Building immers om het efficiënter maken van de gehele gebouwervaring. Belangrijker dan deze technologieën is de vraag hoever je hierin wil gaan. De ethische discussie over onze privacy zal de komende jaren nog verder voortvaren.”